|
Veel organisaties willen of moeten iets met neurodiversiteit, inclusie en talentgericht werken. Dat is mooi. Het zijn belangrijke thema’s. Tegelijk zie ik in de praktijk vaak een kloof ontstaan tussen de mooie taal van beleid en de dagelijkse werkelijkheid van samenwerken. En in die kloof een soort verlegenheid: wat moeten we hier nu mee? En wat kunnen we er eigenlijk mee? Wie kan ons hier bij helpen? Op papier wil bijna iedereen ruimte geven aan neurodiversiteit: verschillende manieren van denken, communiceren, waarnemen, besluiten nemen en problemen oplossen. In de praktijk verwachten we vaak nog steeds dat mensen ongeveer functioneren zoals wij zelf functioneren. Of zoals de organisatie dat nu eenmaal gewend is. En doen veel neurodivergente collega's duidelijk niet. Hun brein neemt de werkelijkheid net iets anders waar. Zij zien andere patronen in data, teksten, meetings en reacties van klanten. Zij maken andere inschattingen over hoe zaken zich zullen ontwikkelen. En zij reageren net even anders dan de meeste mensen. Niet iedereen kan even goed met deze 'andere types' omgaan. En niet elke organisatie heeft neuro-inclusief samenwerken in haar DNA zitten. Dat wordt als eerste zichtbaar in directieteams. Juist daar, waar beslissingen worden genomen over cultuur, strategie, leiderschap en personeel, spelen verschillen in persoonlijkheid, intelligentie, interesses, tempo, gevoeligheid en communicatiestijl vaak een enorme rol. Alleen worden die verschillen meestal pas besproken als ze frictie opleveren. Iemand is te voorzichtig. Iemand anders te dominant. De een wil eerst nadenken. De ander wil doorpakken. De een voelt de onderstroom in een team. De ander ziet vooral het systeem, de cijfers of de technische oplossing. Voor je het weet, worden zulke verschillen moreel uitgelegd: hjj is altijd traag. Zij is gewoon bot. Hij werkt chaotisch. Zij is veel te conflictvermijdend. Hij is te gevoelig. Zij denkt alleen maar in structuren. Meestal is dit geen onwil of gebrek aan professionaliteit. Vaak gaat het om verschillende talentprofielen met daarbij behorende werk- en communicatiestijl die elkaar nog niet goed verstaan. Dat is volgens mij een van de meest onderschatte punten in het gesprek over neurodiversiteit en talentmanagement. We praten graag over inclusie als iets wat organisaties moeten bieden aan 'andere' medewerkers. Het is echter eerst de vraag of directies en managementteams zelf wel voldoende zicht hebben op hun eigen verschillen. Want hoe kun je als organisatie neuro-inclusief leidinggeven, als de mensen die leidinggeven hun eigen denkstijlen, gevoeligheden, blinde vlekken en talentverschillen nauwelijks kunnen onderscheiden? Leiders die zichzelf als 'normaal' zien, zien zichzelf dus ook als de 'norm'. Dat wijst meestal op een pijnlijk gebrek aan zelfreflectie. In mijn ervaring zijn de beste leiders degenen die beseffen dat ze zelf een beetje of heel erg 'gek' zijn en dat de rest misschien veel 'normaler' is. Je moet op zijn minst een beetje gek zijn om leider of ondernemer te worden met alle gedoe wat daar aan vast zit. Hoe hoger in de boom, hoe meer wind je vangt: mensen die van alles van je gaan verwachten, allerlei nare ervaringen met leiders op jou projecteren, soms op jou positie azen of je per definitie tegenwerken. In mijn werk met teamassessments, vaak bij directies van familiebedrijven, begint het daarom niet met een training over inclusie. Het begint met eerst eens in de spiegel kijken. Heel eerlijk kijken. Alle leden van een directieteam doen individueel een uitgebreid talentassessment. Ze zijn een hele dag bij ons te gast voor uitgebreide tests en metingen. We bestuderen persoonlijkheid, interesses, capaciteiten, verbale en performale sterktes op allerlei gebieden, werkstijl, motivatie, gevoeligheden en ontwikkelpunten. De aanwijzingen die daarin zitten voor de unieke 'bedrading' van ieders brein. Hoe neem je waar? Waar focust jouw brein zich automatisch als eerste op? Wat filtert jouw brein automatisch 'weg'? Wat verklaart dat over jouw succes en over jouw bloopers? Wat verklaart dat over jouw voorkeuren, over mensen met wie je makkelijk samenwerkt en 'klikt'? Maar ook over jouw irritaties en stemming? En over jouw natuurlijke leiderschapsstijl? En waarom sommige stijlen een kunstje worden en niet meer authentiek en overtuigend zijn. Daarna bespreken we per persoon uitgebreid het rapport. Niet als oordeel, maar als herkenning, als bevestiging. Als een nieuwe gemeenschappelijke taal voor neurodiversiteit. Als een wetenschappelijk onderbouwde manier om beter te begrijpen waarom iemand doet wat hij doet, waar iemand op floreert en waar iemand juist onnodig vastloopt. Pas daarna komt het team samen. Hoe ben jij 'bedraad'? Waar focust jouw brein zich automatisch als eerste op en wat filtert jouw brein automatisch weg? Wat zegt dat over jou als leider? En dan gebeurt er vaak iets moois. In een teampresentatie worden de verschillen zichtbaar gemaakt. Niet zwaar of ingewikkeld, maar op een manier die herkenning oproept. Soms ook veel gelach. Bijvoorbeeld wanneer we kijken naar extraversie en introversie. Dan wordt ineens duidelijk wie in het team vooral op de introverte planeet woont, wie op de extraverte planeet, en wie zich ergens tussen beide werelden beweegt. Wie stressbestendig overkomt en wie het ook echt is. Wiens brein meestal geneigd is uit te zoomen op the big picture en wiens brein snel inzoomt op details of oplossingen. Een extraverte directeur ontdekt dat zijn introverte collega niet ongeïnteresseerd is, maar informatie anders verwerkt. En anders communiceert. Een introverte bestuurder ontdekt dat zijn extraverte collega niet oppervlakkig is, maar hardop denkt. Iemand met veel altruïsme blijkt conflicten niet te vermijden uit zwakte, maar omdat hij bijna niet anders kan dan harmonie en relationele veiligheid creëren. Iemand met een sterk praktisch of technisch inzicht blijkt niet bot te zijn, maar ziet nu eenmaal sneller creatieve oplossingen. Zodra mensen dat van elkaar gaan zien, veranderen de verwachtingen. En realistisch afgestemde verwachtingen voorkomen teleurstellingen in elkaar. Je hebt meer aan een goed realistisch beeld van jezelf en elkaar dan aan goede intenties. Als je van een introvert niet meer verwacht dat hij zich extravert gedraagt, ontstaat er ruimte. Als je van een zeer zorgvuldige denker niet meer verwacht dat hij onmiddellijk reageert, komt zijn kwaliteit beter tot zijn recht. Als je van een sterk relationeel ingesteld teamlid niet meer vraagt om de harde confrontatie te zoeken op een manier die niet bij hem past, maar wel leert zien hoe hij met zijn altruïsme en empathie mensen in beweging zet, krijgt zijn gevoeligheid een andere waarde. Voor mij is een goed team niet een groep mensen die allemaal ongeveer hetzelfde kunnen. Een goed team is een groep mensen die weet waar ze elkaar nodig hebben. Ik gebruik daarbij vaak het beeld van een puzzelstuk. Een puzzelstuk heeft uitsteeksels en inkepingen. Zo is het ook met talent. We hebben allemaal dingen waarin we 'uitstekend' zijn, waarmee we iets te bieden hebben. Daar mogen we zichtbaar mee zijn. Maar we hebben ook inkepingen. Dingen die ons minder vanzelfsprekend afgaan. Blinde vlekken. Onhandigheid. Gebieden waar we niet de beste persoon voor zijn. En juist daar kunnen de uitsteeksels van een ander passen. Je talentprofiel is een puzzelstuk: je hebt dingen waar je 'uitstekend' in bent en je hebt 'inkepingen' waar je het talent van de ander nodig hebt. Dat vraagt wel volwassenheid. Je moet kunnen zeggen: dit is mijn kracht, maar hiervoor moet je niet bij mij zijn. Ik kan me daar beter niet mee bemoeien, daarvoor moet je echt bij mijn collega zijn. Die ziet meestal veel sneller de technische oplossing. Die voelt veel beter wat er relationeel speelt. Die kan beter schilderen met woorden. Die ziet patronen in cijfers die ik nooit zou zien. Die brengt rust in chaos, terwijl ik altijd iedereen opjaag. Die durft de commerciële stap te zetten waar ik blijf analyseren. Die bewaakt de structuur zodat wij op kunnen gaan in het moment. Die hoort wat onder de woorden ligt terwijl ik alles letterlijk neem.
Als een directieteam dat leert, verandert er iets in de samenwerking. Niet omdat iedereen ineens aardig tegen elkaar doet, maar omdat verschillen bruikbaar worden. Misverstanden worden minder persoonlijk. Irritaties worden vaker vertaald naar inzicht. En kwaliteiten die eerder als lastig werden ervaren, blijken soms precies datgene te zijn wat het team nodig had. Daar ligt voor mij een heel concrete vertaling van neuro-inclusief werken. Niet beginnen met grote woorden over diversiteit, maar met de vraag: begrijpen wij eigenlijk hoe verschillend wij zelf zijn en functioneren? Niet alleen kijken naar medewerkers met een diagnose, label of bijzonder profiel, maar naar het hele systeem van verwachtingen waarin mensen dagelijks met elkaar werken. Neurodiversiteit gaat niet alleen over de vraag hoe we ruimte maken voor mensen die afwijken van de norm. Het gaat over het boven water halen van normen die we stiekem of onbewust aan onszelf en de ander opleggen. Het realistisch bijstellen van eisen, idealen en verwachtingen is misschien wel de kern van neuro-inclusiviteit. In de boardroom begint dat met zelfkennis. Wie ben ik in dit team? Waar ben ik sterk in? Waar vul ik anderen aan? Waar verwacht ik misschien te gemakkelijk dat anderen werken zoals ik werk? Welke verschillen in ons team zijn lastig omdat we ze nog niet goed begrijpen? En welke verschillen kunnen juist onze grootste gezamenlijke kracht worden? Veel organisaties hebben inmiddels een visie op inclusie. Dat is mooi. Maar visie wordt pas praktijk wanneer mensen elkaars binnenwereld en ook elkaars gedrag beter gaan begrijpen. En daar een gemeenschappelijke taal voor ontwikkelen. Daarom begint neurodiversiteit niet bij beleid. Het begint bij jullie. Aan de directietafel. Aan de slag! Het is nog leuk ook.
0 评论
Waaraan herken je een sterk team? Hoe bouw je een topteam? Over het nut en de kracht van talent-onderzoek en waarom juist capaciteiten-metingen daarin het verschil maken. Over zelfvertrouwen en vertrouwen in elkaar. En waarom sommige teams onder druk zichzelf overstijgen en andere teams juist verstarren. Als kind las ik boeken uit series als 'Vliegers in het vuur' en 'Biggles' vaak in één adem uit. Ik zag de luchtgevechten waarin piloten soms helemaal alleen op zichzelf aangewezen waren, of juist blindelings op anderen moesten vertrouwen, levendig voor me. Nu, vele jaren later in mijn werk als talentmanagement-adviseur, komen die verhalen soms naar boven als ik zie wat er in teams met talenten gebeurt. Ik wil even met je inzoomen op de geschiedenis. Je kunt je afvragen of oorlog wel een bron van inspiratie zou mogen of moeten zijn. Het feit dat verreweg de de meeste bestsellers over oorlog en strijd gaan zegt misschien al genoeg. Het leven is hard. Business ook. We beleven het misschien vaker als oorlog dan we zouden willen en dat is ongetwijfeld één van de redenen waarom oorlogsverhalen ons zo inspireren. We herkennen er iets in. We leren er iets van. Ik ook. Ik besef dat een bommenwerpercrew een nogal zware metafoor is voor een artikel over ondernemerschap en teams, maar toch vind ik het één van de meest overtuigende. Ik ga je uitleggen waarom. Met diep respect voor de mensen over wie het gaat. Stel je een Amerikaanse B17 bommenwerper voor, hoog boven Europa in de Tweede Wereldoorlog. Een bijzonder indrukwekkend toestel, maar van binnen niet bepaald ruim en comfortabel. Tien jonge mannen in een ijskoude, lawaaiige, kwetsbare machine. Onder hen vijandelijk gebied. Om hen heen luchtafweer, Duitse jachtvliegtuigen, rook, explosies, ratelende mitrailleurs, brullende of gierende motoren, gillende paniek en de zenuwslopende spanning dat één foutje van een teamlid het verschil kan maken tussen leven of dood. De bemanning van een B17 stond akelig concreet, wreed en bizar extreem voor uitdagingen waar ondernemingen, projecten, managementteams en bestuurders soms ook voor staan. Als je het hebt over targets, middelen, mensen, kapitaal, workflows, structuur, teamspirit, risico-analyses, avontuur, prestatie-motivatie, intelligentie, strategie, tactiek, communicatie, karakters, externe ontwikkelingen, meevallers, tegenvallers, ... voor de jongens in een B17 kwam letterlijk alles langs. Voortdurend. En steeds opnieuw. De tienkoppige crew moest het met elkaar doen en waren in het heetst van de strijd aan elkaars talent en reactiesnelheid overgeleverd. In zo’n B17 was geen ruimte voor 'daar moeten we dan nog een keertje naar kijken'. En ook geen tijd voor eindeloos overleg. Geen ruimte voor mooi geformuleerde functieprofielen of mooie woorden over samenwerking. Iedereen aan boord moest exact weten wat hij moest doen en niet moest doen. De piloot, copiloot, navigator, bombardier, boordwerktuigkundige, radio operator en de verschillende schutters: ieder van hen had een eigen plek in het toestel, een uitzicht wat de anderen niet hadden, en een eigen verantwoordelijkheid. De kracht van zo'n team was niet dat iedereen alles kon. Integendeel. Zo’n crew functioneerde omdat elk van hen uitblonk en getraind was in iets heel specifieks, en omdat de anderen daarop konden vertrouwen. Ieder van hen was nauwkeurig psychologisch getest en geselecteerd voor die specifieke functie. Grotendeels op basis van capaciteiten. Interesses waren minder belangrijk en zelfs persoonlijkheid was minder relevant. Er kwam geen navigator achter een mitrailleur te staan omdat hem dat ook wel een keer leuk leek. Voor een navigator koos je als selectiepsycholoog de man met de hoogste score op ruimtelijk inzicht en rekenvaardigheid. En voor de schutter koos je degene die hoog scoorde op handigheid, precisie en reactiesnelheid. De radio-operator selecteerde je op basis van zijn scores op figurenreeksen (patroonherkenning) en taalgebruik (snel de essentie uit informatie halen). Terwijl je voor de copiloot de combinatie van praktisch/technisch inzicht en ruimtelijk inzicht wilde. De gezagvoerder was een klasse apart: die moest de combinatie hebben van zowel performale capaciteiten (ruimtelijk en technisch inzicht, figurenreeksen en logica) als ook verbale capaciteiten (abstractievermogen, contextbewustzijn, taalvaardigheid en systematisch taalgebruik). Deze moest als geen ander snel kunnen uitzoomen op het grote geheel en inzoomen op details. Tijdens de missie zorgde de gezagvoerder ervoor dat iedereen op zijn sterkste punten ingezet werd. Hij vroeg niet de schutter om de koers boven Europa te berekenen omdat hij zo’n loyale kerel was. Hij vroeg de radio operator niet om de motoren te monitoren omdat hij dat wel wilde leren. De gezagvoerder vertrouwde op de selectie die was gemaakt en bewaakte dat iedereen toegewijd en gefocust zijn taak bleef vervullen en blindelings kon vertrouwen op wat de ander hem doorgaf vanuit zijn functie. De schutter die een Messerschmitt Bf 109 wist uit te schakelen kon de hele missie en de hele bemanning redden. De boordwerktuigkundige die een dreigende motorstoring aan kon 'horen' komen en voorkomen door een een bepaald circuit uit te schakelen was het verschil tussen leven of dood. De bombardier die op exact het juiste moment de bommen kon laten vallen bepaalde op dat moment het succes van de missie. De les voor ondernemers Daar zit volgens mij een belangrijke les voor ondernemers in het MKB. Want in elke onderneming komt er een moment waarop harder werken niet genoeg is of zelfs tegen gaat werken. Eerst lukt dat nog. Je belt zelf wel even die klant. Je trekt zelf het project vlot. Je corrigeert zelf de fout. Je denkt zelf drie stappen vooruit. Je loopt zelf nog even naar de werkvloer. Je kijkt zelf nog even naar de cijfers. Je voelt zelf aan waar het mis dreigt te gaan. Je lost het zelf op, omdat je dat altijd hebt gedaan en omdat je bedrijf waarschijnlijk mede daardoor is ontstaan. Maar als je bedrijf groeit, wordt dat model gevaarlijk. Niet ineens, niet spectaculair, maar stap voor stap. Je merkt dat je overal nog gedetailleerd in zit. Je merkt dat mensen op je wachten. Je merkt dat je team wel uit goede mensen bestaat, maar dat jij toch steeds degene bent die de samenhang moet aanbrengen. Je merkt dat harder werken niet meer helpt, omdat het probleem niet meer alleen in de hoeveelheid werk zit, maar in de slimmere analyses, de slimmere oplossingen en het inzetten van de juiste mensen op de juiste plek. De optimale verdeling van verantwoordelijkheid op basis van talent. Dan heb je geen extra paar handen nodig. Dan heb je een zorgvuldig geselecteerde bemanning nodig die weten waar ze zelf in uitblinken, maar ook weten wat de anderen beter kunnen. Veel ondernemers hebben goede mensen om zich heen. Loyale mensen, harde werkers, mensen met karakter, mensen die willen, mensen die bereid zijn om een stap extra te zetten. En toch loopt het soms vast. Niet omdat er geen talent is, maar omdat het talent niet goed verdeeld is. Te veel mensen staan in dezelfde denkstand. Ze lijken te veel op elkaar. Ze versterken elkaar in meer van het zelfde: dezelfde analyses, dezelfde oplossingen. Terwijl er andere analyses of andere oplossingen nodig zijn. Out of the box waar je met zijn allen al jaren in zit. Of juist: te veel mensen wachten tot de ondernemer, de 'gezagvoerder'. weer zegt wat er moet gebeuren. Dan heb je wel personeel, maar geen 'bemanning'. Dat is begrijpelijk, zeker bij succesvolle ondernemers. De ondernemer heeft vaak een bijzonder vermogen om kansen te zien, risico's te nemen, druk te verdragen, te versnellen, beslissingen te forceren en tegen de stroom in in hun product te blijven geloven. Dat is prachtig. Zonder zulke mensen waren de meeste bedrijven nooit ontstaan. Maar dezelfde kracht kan ook een beperking worden als de onderneming groeit. Wie lang genoeg alles zelf heeft gedragen, gaat onbewust geloven dat dragen hetzelfde is als leiden. Dat is niet zo. Leiden is niet alles zelf blijven tillen. Leiden is zorgen dat de juiste mensen op de juiste plek leren dragen wat bij hen past. De beste voorspellers voor succes: capaciteitentests Er zit nog een tweede, minder bekende les in het verhaal van de B17 en de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog moesten legers in korte tijd enorme aantallen mensen selecteren, opleiden en plaatsen. Niet voor vrijblijvende functies, maar voor rollen waarin een klein foutje levens kon kosten. Een piloot moest kunnen vliegen onder doodsangst. Een navigator moest koers houden in complete chaos. Een bombardier moest onder tijdsdruk waarnemen, rekenen en handelen. Een radio operator moest signalen kunnen ontcijferen dwars door alle kabaal heen. Een boordwerktuigkundige moest een technische storing zo snel mogelijk doorzien en oplossen. Dat haalde je niet uit interesseprofielen of uit het idee dat iemand 'rood', 'geel', 'groen' of 'blauw' is. Psychologen werden ingezet om de kans te vergroten dat: 1. Iedere B17 de bommen exact op de gekozen doelen zou laten vallen, en 2. Elk toestel weer heelhuids terug zou keren met iedereen levend aan boord. Missie en behoud van mens en materieel. Al snel werd duidelijk dat het er in dit geval niet om ging waar iemand blij van werd, hoe aardig iemand was of welke werkomgeving iemand aantrekkelijk vond. De vraag werd veel scherper. Wat kan iemand onder extreme druk nog steeds begrijpen, leren, overzien en uitvoeren? Waar ligt zijn natuurlijke denkkracht? Waar blijft hij helder als de stress toeslaat? Welke informatie verwerkt hij snel en betrouwbaar? Men moest op zoek naar de markers van uniek talent. Die bleken vooral in capaciteitenprofielen te zitten. Dat is voor mij nog steeds één van de belangrijkste redenen waarom wij het onderdeel 'capaciteitenmetingen' van een talentassessment heel serieus nemen. Niet omdat interesse, persoonlijkheid en motivatie onbelangrijk zijn. Integendeel. Iemand moet passen bij het werk, bij de cultuur en bij de mensen. Maar als iemand structureel een rol krijgt waarin hij cognitief net dat extra moet leveren wat hem veel moeite kost, dan gaat dat op den duur wringen. Voor hemzelf, voor het team en uiteindelijk ook voor de klant. Je kunt met karakter veel compenseren. Je kunt met discipline veel leren. Je kunt met motivatie ver komen. Maar onder druk komt vroeg of laat naar boven wie echt uitblinkt en wie niet. Het verschil zit juist in de details, in net dat ene stukje extra bekwaamheid. Die ene skill. Net dat laagje dieper in de analyse. Net dat stukje handigheid dat anderen niet hebben. Net dat verbale vermogen waardoor stroeve communicatie weer vlot getrokken wordt. Elke ondernemer begrijpt wat ik bedoel. Dat is geen hard oordeel over iemands waarde als mens. Het is juist een vorm van respect. Het is respectvoller om iemand op een plek te zetten waar zijn natuurlijke denkkracht tot zijn recht komt, dan iemand jarenlang te laten bewijzen dat hij iets net niet goed genoeg kan. In veel organisaties gaat het op dit punt mis. De praktische oplosser moet strategische notities schrijven. De conceptuele denker moet dagelijks operationele brandjes blussen. De taalsterke verbinder moet cijfermatige controle doen. De nauwkeurige kwaliteitsbewaker moet ineens commercieel pionieren. De creatieve vernieuwer moet procedures bewaken. De bedachtzame analist moet voortdurend werken in een omgeving waar alles gisteren af moest zijn. Wonderlijk genoeg gaat dat nog lang goed. Mensen zijn loyaal. Mensen doen hun best. Ze willen niet zeuren. Ze denken dat professionaliteit betekent dat je alles maar moet kunnen. Maar je betaalt uiteindelijk met elkaar een hoge prijs. Niet alleen financieel, maar ook emotioneel. Mensen worden moe, kortaf, onzeker, cynisch, afwachtend of juist veel te druk. Ze maken fouten die niet per se iets zeggen over hun karakter, maar over het feit dat zij te vaak buiten hun natuurlijke kracht moeten functioneren. En de ondernemer denkt ondertussen: waarom pakken ze het nou niet gewoon op? Soms is het eerlijke antwoord: niet omdat ze verkeerd willen, maar omdat ze op de verkeerde plek zitten. Als je vanuit dit perspectief naar teams kijkt, zie je dat elk goed team verschillende soorten denkkracht nodig heeft. Je hebt mensen nodig die koers zien, scenario’s overzien en gevolgen kunnen inschatten. Je hebt mensen nodig die praktisch kunnen oplossen wanneer iets vastloopt. Je hebt mensen nodig die patronen herkennen en zien dat iets niet klopt voordat er schade ontstaat. Je hebt mensen nodig die rekenen, marges bewaken, capaciteit inschatten en die plannen realistisch houden. Je hebt mensen nodig die betekenis kunnen geven aan wat er gebeurt, die taal vinden voor de situatie en richting geven als losse feiten nog geen duidelijk patroon vormen. Je hebt mensen nodig die goed kunnen uitzoomen op de context en je hebt mensen nodig die specialistisch kunnen inzoomen. Je hebt mensen nodig die signalen van buiten naar binnen vertalen. Je hebt mensen nodig die onder druk de kern kunnen benoemen zonder wazig of wollig te worden. En je hebt mensen nodig die afspraken, kwaliteit, procedures, afwerking en discipline bewaken. Zonder nederigheid geen talentontwikkeling De ene ondernemer heeft van nature koers en lef, maar weinig geduld voor details. De andere ondernemer heeft juist veel vakmanschap en kwaliteitsgevoel, maar vindt het lastig om zaken te delegeren. De ene ondernemer voelt klanten feilloos aan, maar rekent te laat door. De andere ondernemer rekent alles door, maar mist soms het moment om in actie te komen. Dat is allemaal niet erg, zolang je je eigen eenzijdigheid maar kent en mensen om je heen verzamelt die niet alleen met je meelopen, maar je aanvullen. Een ondernemer die te veel snelle oplossingsgerichte doeners om zich heen verzamelt, krijgt wel tempo in de zaak, maar te weinig reflectie. Een ondernemer die voornamelijk analytische denkers om zich heen verzamelt, krijgt scherpte maar te weinig uitvoering. Een ondernemer die alleen maar loyale mensen om zich heen verzamelt, krijgt rust maar te weinig tegenspraak. Een ondernemer die alleen maar kritische mensen om zich heen verzamelt, krijgt correctie maar verliest soms moed. Een goede bemanning bestaat uit mensen die elkaar aanvullen, maar wel dezelfde missie hebben. Dat is B17-taal. Voor veel ondernemers is dat misschien even slikken. Want ze zijn gewend om veel zelf te doen. Zeker in het begin. Je was verkoper, monteur, planner, boekhouder, strateeg, klachtenfunctionaris, marketeer en eindverantwoordelijke in één. Dat was nodig. Dat was misschien zelfs je kracht. Maar wat in de startfase kracht was, kan in de groeifase een rem worden. Een bedrijf groeit niet verder doordat de ondernemer alles blijft doen. Een bedrijf groeit verder wanneer de ondernemer scherper ziet wat hij zelf niet meer moet dragen. Daarvoor is een beetje nederigheid nodig. Niet de valse nederigheid van jezelf klein maken, maar de echte nederigheid van erkennen dat jouw bedrijf pas volwassen wordt wanneer jouw mensen in hun eigen kracht mogen staan. Dat vraagt dat je je mensen beter leert kennen dan alleen op basis van indrukken, loyaliteit, sympathie of frustratie. Het vraagt dat je durft te onderzoeken wat iemand nou werkelijk 'uit zijn mouw schudt', welke uitdagingen iemand nodig heeft om in 'flow' te komen en blijven, welke verantwoordelijkheid iemand aankan en waar iemand waarschijnlijk structureel overvraagd wordt. Talentmanagement als investering Veel ondernemers investeren gemakkelijk in machines, software, marketing, panden, websites, busjes, gereedschap en automatisering. Terecht. Maar soms aarzelen ze om echt te investeren in het begrijpen van hun mensen. Dat is eigenlijk vreemd. Want één medewerker die jarenlang op de verkeerde plek zit, kost meer dan een goed talentassessment. Eén leidinggevende die niet snapt hoe zijn team denkt, kost meer dan een goed teamassessment. Eén ondernemer die alles zelf blijft dragen omdat hij zijn bemanning niet vertrouwt, betaalt met zijn gezondheid, zijn humeur, zijn creativiteit, zijn gezin en soms uiteindelijk met zijn bedrijf. Een talentassessment is geen luxeproduct voor grote organisaties. Het is een instrument voor ondernemers die hun mensen serieus nemen. Niet om mensen in hokjes te stoppen, maar om ze juist vrijer, scherper en eerlijker in te zetten. In hun element te krijgen. Een talentassessment zegt niet: dit ben jij en meer niet. Een goed talentassessment geeft taal aan wat iemand vaak al jaren voelt, maar zelf niet scherp genoeg kon benoemen. Wat doorzie ik sneller dan de meeste mensen om mij heen? Wat doorziet mijn collega wat ik niet zomaar zie? Waarom kost mij iets drie keer zoveel energie als mijn collega? En waarom gaat iets anders mij juist zo gemakkelijk af dat ik het nauwelijks als talent herken? Ben ik meer een piloot of meer een schutter? Of heb ik meer de bedrading van een radiotelegrafist? De vraag is dus niet alleen of je goede mensen hebt. De betere vraag is of je bemanning klopt. Wie ziet de koers? Wie bewaakt de realiteit? Wie lost praktisch op? Wie ziet patronen? Wie vertaalt signalen van buiten? Wie kan ons team even uit de verstarde 'meer van het zelfde' modus halen? Wie ziet en benoemt onder druk nog de kern waar het om draait? Wie bewaakt kwaliteit als de rest steeds maar verder wil? Wie is in staat jou tegen te spreken op een manier die je kunt verdragen? En misschien de lastigste vraag: waar vertrouw je je mensen eigenlijk niet, omdat je hun echte talent niet goed helder hebt? Als het rustig is, lijkt bijna elk team goed genoeg. Maar onder druk zie je wat er werkelijk staat. Dan zie je of mensen op elkaar gaan wachten of op elkaars talent vertrouwen en dat inzetten. Dan zie je of iedereen naar de ondernemer kijkt, of dat ieder zijn eigen verantwoordelijkheid pakt. Dan zie je of je een groep medewerkers hebt, of een bemanning die doelen bereikt, maar ook weer samen thuis komt. Klik hier voor een vertaling van de B17 functies naar jouw team. De B17 had doorgaans een bemanning van tien mensen en was gebouwd voor strategische dagbombardementen, met zware bewapening, krappe omstandigheden, extreme kou op hoogte en missies die vaak uren duurden. De Amerikaanse Army Air Forces ontwikkelden tijdens WOII speciale selectie en classificatietests voor aviation cadets, bedoeld om aanleg voor pilot, bombardier en navigator training beter te meten. Het bredere gebruik van classificatietests in het Amerikaanse leger wordt onder meer beschreven door het Smithsonian, inclusief de ontwikkeling van de Army General Classification Test. De sterke voorspellende waarde van algemene cognitieve capaciteit voor werkprestaties is later in personeelspsychologisch onderzoek breed bevestigd, onder meer in meta analytisch onderzoek naar general mental ability.
Over teams die elkaar vooruit helpen en teams die elkaar gijzelen
Teams zijn wonderlijke systemen. Soms lijkt alles te stromen. Gesprekken bouwen op elkaar voort, ideeën verdiepen zich, besluiten voelen logisch én gedragen. En soms gebeurt het tegenovergestelde. Het team draait rondjes. Iedereen is hard aan het werk, betrokken en loyaal, maar toch komt er niets nieuws meer bij. Er ontstaat een soort mentale lus. Vanuit de 'Great 8 Brainmodi' bekeken is dat geen kwestie van onwil of onkunde, maar van modusdominantie. Een team kan elkaar onbedoeld vasthouden in één van de acht denk- en werkmodi waardoor je met elkaar steeds meer van hetzelfde gaat doen. Begrijpelijk, vaak zelfs logisch, maar niet altijd helpend voor het vraagstuk dat voorligt. Dit artikel gaat over hoe dat ontstaat, hoe je het herkent en hoe jij misschien je team uit deze 'loop' kunt halen op basis van jouw eigen capaciteitenprofiel (hoofdstuk 13). De 'Great 8 Brainmodi' als dynamisch systeem De Great 8 beschrijft geen vaste types mensen, maar voorkeursmodi waarin het brein kan werken: Performaal:
Verbaal:
Mensen schakelen continu tussen deze modi, maar doen dat niet allemaal even makkelijk, even vaak of even snel. Belangrijk hierbij is een neuropsychologisch inzicht dat goed aansluit bij het werk van McGilchrist. Het brein is niet primair bezig met produceren, maar met selecteren door middel van inhibitie. Er zijn altijd meerdere mogelijke modi actief, maar een aantal wordt onderdrukt zodat er focus ontstaat. Intelligentie en effectiviteit zitten niet alleen in sterke modi, maar vooral in het vermogen om tijdig te schakelen. Teams vormen daarin een collectief brein. En net als individuele breinen kunnen teams vastlopen in een dominante modus. Modi waarin teamleden elkaar kunnen gijzelen De oplossingsloop Dit is waarschijnlijk de meest voorkomende loop. Teams met veel hoogscoorders op praktisch inzicht, hoge consciëntieusheid en een sterke taakgerichtheid schieten snel in doen. Wat is het probleem, wat gaan we nu oplossen, wie pakt dit op. Dat werkt uitstekend bij concrete en afgebakende vragen. Maar bij complexe of meer strategische vraagstukken kan het team zichzelf vastzetten. Elke nieuwe informatie wordt direct vertaald naar actie, waardoor er geen ruimte meer is om te vertragen, te duiden of het probleem anders te kaderen. Wetenschappelijk gezien is dit goed te begrijpen. Onder druk neemt de prefrontale flexibiliteit af en wint het bekende, vertrouwde gedrag. Hoge sturing versterkt dit effect. Het brein kiest zekerheid boven verkenning. De analytische loop Teams met veel hoogscoorder op Figurenreeksen (de analytische modus) en relatief lage openheid kunnen blijven ontleden. Modellen worden verfijnd, definities aangescherpt, risico’s benoemd. De analyse wordt steeds beter, maar het besluit blijft uit. Ook dit is logisch. Analyse geeft controle en voorspelbaarheid. Zeker bij verantwoordelijkheid of faalangst voelt blijven denken veiliger dan kiezen. Neurologisch gezien blijft de linkerhersenhelft dominant, terwijl de rechterhelft onvoldoende ruimte krijgt om uit te zoomen op het grote geheel en betekenis, samenhang en richting te ervaren. De context-loop Teams met veel hoogscoordes op woordenlijst, relationele afstemming en altruïsme kunnen blijven uitleggen, nuanceren en verbinden. Alles hangt samen, iedereen heeft een punt, elk perspectief verdient aandacht. Dat kan enorm verbindend zijn, maar ook verlammend. Er ontstaat een soort semantische mist waarin niemand nog durft te zeggen wat nu eigenlijk de kern is. En zo zijn er meer loops: de logische loop (blijven hameren op fouten en inconsistentie), de taal- en essentieloop (verdwalen in metaforen), de scenario-loop (verdwalen in best- of juist worst-case scenario's), etc. Waarom deze loops begrijpelijk zijn Belangrijk is om deze loops niet te moraliseren. Ze ontstaan vaak juist in betrokken, competente teams. Dat geld voor Big Five profielen ook: hoge altruïsme scores maken dat mensen elkaar niet willen forceren. Hoge sturing maakt dat mensen verantwoordelijkheid voelen om door te gaan. Lage of eenzijdige openheid maakt dat alternatieve denkpaden minder snel worden toegelaten. Teamscores zeggen dus niet alleen iets over kracht, maar ook over risico. Een sterk profiel vergroot de kans op succes én op een specifieke valkuil. De kracht van schakelen tussen modi Loops doorbreek je zelden door harder te doen wat je al deed. Je komt eruit door bewust een andere modus te activeren. Van oplossing naar top down De top down modus stelt vragen als waarom doen we dit eigenlijk, wat is het grotere doel, wat mag hier ontstaan. Deze modus activeert meer rechterhersenhelftprocessen, zoals betekenisgeving en richting. In teams helpt dit om uit de actiedrang te stappen en het vraagstuk opnieuw te positioneren. Niet als probleem, maar als richting. Van analyse naar context Wanneer analyse vastloopt, kan de contextmodus helpen om verbanden te zien buiten het model. Wat speelt er nog meer, wat zeggen de woorden die we gebruiken, wat voelen we eigenlijk bij deze situatie. Dit vergroot openheid en activeert associatieve netwerken in het brein, wat vaak leidt tot nieuwe inzichten zonder dat er nieuwe data nodig is. Van context naar essentie De taal en essentiemodus helpt om samen te vatten wat er werkelijk gezegd wordt. Niet alles wat gezegd is, maar datgene wat klopt. Dit werkt regulerend voor teams die verdwalen in nuance. Je eigen voorkeursmodus als hefboom Iedereen heeft één of twee of soms drie voorkeursmodi. Juist die kun je bewust inzetten als tegenkracht in een team. Niet door je modus op te leggen, maar door hem zo in te brengen dat de 'loop' doorbroken wordt. De analyticus die vraagt of het probleem misschien anders gedefinieerd moet worden en daarmee het team uit de oplossingsloop te halen. De doener die voorstelt om één kleine proef te doen om het team uit de analyseloop te halen. De contextdenker die woorden geeft aan wat nog onder tafel ligt om het team uit de methodische loop te halen. De top down denker die het grotere verhaal verwoordt om de logische (mathematische) loop te doorbreken: van tellen naar vertellen. Dit vraagt zelfkennis én overtuiging. Want schakelen tegen de groepsmodus in voelt soms als vertragen, dwarsliggen of vaag doen. Terwijl het vaak precies is wat het team nodig heeft. Diversiteit beschermt Diversiteit in teams is geen moreel ideaal, maar een neuropsychologische kracht. Verschillende profielen zorgen voor natuurlijke schakelpunten tussen de diverse modi. Teams met eenzijdige scores functioneren vaak snel en prettig, totdat ze vastlopen. Teams met meer spreiding ervaren soms frictie, maar hebben meer toegang tot het volledige palet van denkmodi. Optimale samenwerking betekent niet dat iedereen alles kan, maar dat het team als geheel kan schakelen tussen linker en rechterhersenhelft, tussen convergent en divergent denken, tussen doen en duiden. Zelfinzicht werkt bevrijdend De Great 8 Brainmodi theorie laat zien dat vastlopen zelden persoonlijk is. Het is meestal systemisch en begrijpelijk. Teams houden elkaar niet expres gegijzeld, ze volgen simpelweg hun sterkste pad. Zicht op modi maakt dat pad zichtbaar. En wat zichtbaar wordt, kan worden bijgestuurd. Niet door harder te werken, maar door anders te denken. Precies daar begint beweging. De eerste minuten van een ontmoeting zijn vaak bepalend voor de hele ontmoeting. In die korte tijd wordt impliciet de relatie 'gedefinieerd': wie is hier de initiatiefnemer, wie de volger, welke ruimte krijgt de ander en welke positie claim je zelf. Klassieke communicatietheorieën, zoals die van Watzlawick ('je kunt niet niet communiceren'), Jay Haley ('communicatie is per definitie strategisch') en de Roos van Leary (wederzijdse beïnvloeding in termen van boven–onder en samen–tegen), laten zien hoe patronen zich ontwikkelen en vastzetten. En hoe je dit zelf stuurt. De eerste minuten zetten de toon voor deze specifieke ontmoeting. En de eerste fase van samenwerking, zet de toon voor de langer durende relatie. Het goed en en zorgvuldig definiëren van relaties leidt tot veel samenwerkingsplezier en kan een hoop ellende voorkomen.
Als junior-psycholoog was het zo'n 35 jaar geleden één van de eerste dingen die mijn supervisor me leerde: loop rustig de wachtkamer binnen en stel de vraag wie er een afspraak heeft met Matthijs Goedegebuure. Dat is je eerste stap in het definiëren van de relatie: jij neemt het initiatief, jij stelt de vraag en je nieuwe client hoeft alleen maar te reageren. Jij leidt, de ander volgt. Dat is veilig voor je client. Daarna geef je een hand en stel je jezelf voor en je geeft een kleine makkelijke opdracht #1: 'Komt u verder, ik loop u even voor'. Dat is je volgende stap in de relatiedefinitie: jij wijst de weg, de ander volgt. Daarna loop je voor je client uit en je zegt bij de bocht vriendelijk: 'We gaan hier links'. Dat is opdracht #2 waarmee je de relatie verder definieert. Als je bij je kamer aankomt doe jij de deur open en je geeft opdracht #3 en #4: 'Komt u binnen, welkom, ga lekker zitten'. Enzovoort. Het hielp me als jonge stagiair van begin 20 om de positie van psycholoog in te nemen en in de eerste minuten veiligheid voor de ander en voor mezelf te creëren. Voor wie een beetje verstand heeft van de psychologie uit de jaren '90: ik werd opgeleid als directief therapeut inderdaad ;-). Afgelopen 35 jaar is overigens mijn visie op de rol van de therapeut en de cliënt veranderd van primair directie geven vanuit deskundigheid naar veel meer samenwerken en beschikbaar zijn vanuit respect, maar dat is iets voor andere artikelen. Maar hoe definieer je die relatie bewust en gepast, passend bij jouw rol en jouw positie als leidinggevende, ondergeschikte, verkoper, etc.? En passend bij het domein waar jij de baas over bent en het domein waar de ander de baas over is? En hoe voorkom je dat je een domein binnendringt dat je niet toebehoort? Of dat de ander gaat heersen over iets dat aan jou behoort? Daar ligt de kern van wat ik in Ademruimte beschrijf: autoriteit is geen machtsgreep, maar iets om in te geloven en te erkennen. Zowel bij de ander als bij jezelf. Elke samenwerking tussen domeinen vraagt om een andere rol, en misplaatsing leidt tot verwarring, weerstand of verlies van vertrouwen. Een paar voorbeelden. 1. Als leider Een leider hoeft in de eerste minuten geen autoriteit te claimen; autoriteit wordt voelbaar in de manier waarop hij of zij het kader zet. Een duidelijke opening, het schetsen van richting en verwachtingen, en tegelijk het tonen van openheid voor inbreng van de groep. Autoriteit héb je en hoef je niet te bewijzen met machtsvertoon.
2. Als ondergeschikte Een ondergeschikte definieert de relatie door erkenning van het leiderschap van de ander, zonder zichzelf te verliezen. In de eerste minuten toon je bereidheid om te volgen, maar ook om verantwoordelijkheid te nemen binnen je rol.
3. Als adviseur Als adviseur ben je te gast in het domein van de ander: je bent daar niet de leider, maar ook niet de volger. Je waarde zit in deskundigheid vanuit jouw eigen domein, niet in hiërarchie. Je verantwoordelijkheid is: 'je beste advies geven' en niet; 'zorgen dat de ander jouw advies overneemt'. De relatie wordt in de eerste minuten gedefinieerd door vertrouwen en respect uit te stralen: luisteren, zorgvuldig formuleren, de ander serieus nemen en erkennen in zijn of haar autoriteit.
4. Als onderzoeker De onderzoeker komt binnen met open mind, een ontdekkende attitude: 'ik ben hier om te begrijpen.' De eerste minuten vragen om transparantie: uitleggen waarom je vragen stelt, wat je met de informatie doet, en welke grenzen je respecteert.
5. Als controleur Hier ligt de autoriteit expliciet in het domein: de controleur komt niet om te adviseren, maar om te toetsen aan afgesproken normen. In de eerste minuten is duidelijkheid cruciaal: uitleggen wat het kader is, welke criteria gelden, en dat de toetsing niet persoonlijk maar functioneel is.
6. Als verkoper De verkoper staat voor de uitdaging om in de eerste minuten een gelijkwaardige relatie te creëren. De ander voelt onmiddellijk of je werkelijk geïnteresseerd bent of alleen maar iets kwijt wilt.
7. Als klant of gebruiker Als klant ben je vertegenwoordiger van je eigen behoeften en je eigen domein. De uitdaging is om de verkoper, consultant of leverancier te erkennen als autoriteit van zijn domein, maar wel binnen de kaders van afspraken of beloften die zijn gedaan.
Autoriteit en domeinen Wat in al deze rollen steeds terugkomt, is het principe dat autoriteit alleen werkt wanneer je blijft binnen je eigen domein. Zodra je de grens overschrijdt – een adviseur die zich als leider opstelt, een onderzoeker die oordeelt, een verkoper die controleert – ontstaat spanning en verzet. In Ademruimte heb ik dit beschreven als de orde van autoriteit en domeinen: ieder mens heeft een eigen gebied waarbinnen hij autoriteit heeft: eigen gedachten, eigen mening, eigen emoties, eigen lichaam, eigen zaak, eigen huis, eigen afdeling, eigen afwegingen, eigen processen. De kunst is om in de eerste minuten van een contact die domeinen zichtbaar en voelbaar te maken, en de relatie zo te definiëren dat er ruimte en erkenning ontstaat voor ieders domein in plaats van machtsstrijd en beklemming. Conclusie De eerste minuten zijn cruciaal voor alles wat nog gaat komen. Je communiceert niet alleen inhoud, maar vooral positie: wie ben jij hier, wie is de ander, en wat mag je van elkaar verwachten? Wie zijn eigen domein en de grenzen daarvan respecteert en de ander erkent in zijn of haar domein, legt de basis voor vertrouwen en vruchtbare samenwerking. In leiderschapstrajecten zie ik soms hoe verschillend mensen omgaan met onzekerheid, verschil en verandering. Waar de één zoekt naar richting, heldere afspraken en voortgang, voelt de ander juist de behoefte om het gesprek open te houden, spanning te verdragen en betekenis te zoeken in het tussenliggende. Beide stijlen zijn waardevol. In plaats van ze tegenover elkaar te zetten, is het zinvoller ze te beschouwen als twee complementaire manieren van functioneren: divergent en convergent leiderschap.
Deze begrippen zijn niet bedoeld als labels, maar als functionele benamingen voor twee benaderingen die elk een eigen kracht, focus en denkstijl vertegenwoordigen. Wie ze herkent, kan er bewust tussen schakelen. Dan zet je als leider zowel je hoofd als je hart in. Divergent leiderschap Divergent leiderschap is gericht op het openen van ruimte: ruimte voor verschil, voor nuance, voor meervoudigheid. De divergent leider is iemand die zich niet snel vastlegt, niet direct wil ordenen of afronden, maar eerst wil luisteren, voelen, vertragen en de onderstromen in beeld brengen. Er wordt gewerkt met spanning in plaats van tegen spanning. Niet om besluitvorming te ontwijken, maar om eerst recht te doen aan wat gehoord moet worden. Divergente leiders zijn vaak gevoelig voor symboliek, relationele dynamiek, en systemische verbanden. Ze zijn niet altijd de snelste in actie, maar wel sterk in het duiden van de onderliggende lagen van wat er speelt. In termen van de Great 8 zijn vooral de essentiemodus (TG), abstractiemodus (AN) en analytische modus (FR) actief. Er wordt gedacht in beelden, taal en structuren. Er wordt geluisterd met een brein dat open blijft staan voor wat nog niet uitgesproken is. Vaak is er een zekere aarzeling zichtbaar; niet uit twijfel, maar uit respect voor de complexiteit van wat zich aandient. In Big Five-termen zie je bij deze leiders doorgaans een hoge score op Openheid, een niet te hoge score op Gevoeligheid, en een gemiddelde tot hoge score op Altruïsme. Consciëntieusheid is aanwezig, maar niet op de voorgrond: er is bereidheid tot afwijken als dat inhoudelijk nodig is. Binnen het PAKSOC-model passen deze leiders vaak binnen de PAK- of AKS-profielen. Ze zijn gevoelig, onderzoekend en gericht op betekenisgeving. Eerder duiders dan doeners. Convergent leiderschap Convergent leiderschap werkt anders. Hier wordt het veld niet opengemaakt, maar juist afgerond. De convergent leider kiest, stelt prioriteiten, stuurt op uitvoering en zorgt dat besluiten daadwerkelijk genomen worden. Deze stijl is nodig waar vaagheid verlammend wordt, waar tijdsdruk om knopen vraagt en waar er duidelijkheid moet zijn over wie waarvoor verantwoordelijk is. Er wordt gestructureerd, afgewogen en geordend. Dat is geen gebrek aan diepgang, maar een keuze voor voortgang. Waar de divergent leider ruimte laat voor onopgelostheid, kiest de convergent leider voor richting. Niet omdat het eenvoudig is, maar omdat er gehandeld moet worden. In termen van de Great 8 zijn hier vooral de oplossingsmodus (PI), logische modus (RV) en methodische modus (WB) dominant. Denken in kaders, besluiten op basis van beschikbare informatie, structureren van proces en planning. Deze leiders scoren in de Big Five vaak hoog op Consciëntieusheid, zijn stressbestendig (emotioneel stabiel), en beschikken over de extraversie of assertiviteit die nodig is om besluiten ook daadwerkelijk te communiceren en te dragen. Openheid is functioneel aanwezig, maar minder dominant. Op PAKSOC-niveau past deze stijl vaker bij POC- of OPC-profielen. Deze leiders zijn resultaatgericht, gestructureerd en weten wanneer het moment daar is om door te pakken. Wisselwerking De meeste organisaties hebben beide nodig. Divergentie om het juiste gesprek te voeren, om koers te herijken, om onderstromen niet te negeren. Convergentie om daadwerkelijk stappen te zetten, structuur te bieden, risico’s te beheersen en teams te laten functioneren binnen heldere kaders. De kunst is niet om één stijl te kiezen, maar om te weten wanneer welke stijl nodig is en waar je eigen voorkeur zit. Sommige leiders kunnen zelf schakelen. Anderen doen er goed aan om zich te omringen met mensen die het complement vertegenwoordigen. Het begint bij bewustzijn: herkennen in welk krachtenveld je zit, welke reflex je zelf hebt, en wat er op dat moment werkelijk nodig is. Tot slot Leiderschap is niet het bezitten van antwoorden, maar het dragen van verantwoordelijkheid in een veld dat voortdurend verandert. Wie beide benaderingen kan hanteren, ruimte én richting, functioneert niet alleen effectiever, maar ook wijzer. Niet omdat het dan klopt, maar omdat het dan meer recht doet aan de realiteit zoals die is. Waarom de één hecht aan zijn woorden en ander aan zijn boodschap Abstract - Some people care more about their exact wording, while others prioritize the underlying message — a difference rooted in language ability, personality traits, and cognitive style. This article explores how linguistic intelligence, semantic flexibility, and Big Five traits such as Openness and Altruism influence a person's tolerance for paraphrasing. Drawing on Fuzzy Trace Theory and theories of psychological ownership, it shows that paraphrase sensitivity is not a matter of style, but of deeper cognitive and interpersonal dynamics. These insights have practical implications for assessments, coaching, and communication. Inleiding In gesprekken, vergaderingen of notulen komt het regelmatig voor: de ene persoon vindt het geen probleem als zijn woorden anders worden weergegeven dan hij ze uitsprak, zolang de strekking klopt. Een ander raakt juist gefrustreerd wanneer zijn precieze formulering niet wordt overgenomen. Deze observatie lijkt misschien triviaal, maar raakt aan diepe cognitieve en persoonlijkheidsgebonden processen. In dit artikel duiken we in de wetenschappelijke verklaringen achter deze verschillen, met behulp van inzichten uit de Big Five persoonlijkheidstheorie, moderne intelligentiemodellen en taalpsychologie. 1. Taalvaardigheid als sleutel tot parafrase-tolerantie De mate waarin iemand parafrasering accepteert, blijkt sterk samen te hangen met diens taalbegrip en talige intelligentie. Personen die hoog scoren op taalvaardigheidstaken, zoals in de subtest Zinnen van de DAT-HRM ('Taalgebruik' in onze assessments), beschikken over een rijk ontwikkeld semantisch netwerk. Zij zijn in staat om betekenis los te koppelen van vorm: ze begrijpen bijvoorbeeld dat de termen 'fantasie' en 'verbeeldingskracht' in veel contexten functioneel gelijk zijn. Onderzoek naar lexicale semantiek (Nation & Snowling, 1998; Perfetti, 2007) toont aan dat een grotere woordenschat samengaat met een beter begrip van synoniemen, metaforen en abstracte taal. Zulke personen maken sneller mentale bruggen tussen concepten en ervaren minder verwarring of controleverlies als een ander hun woorden in eigen taal samenvat. 2. Verbatim versus gist: geheugen en cognitieve stijl Volgens Reyna en Brainerd's fuzzy trace theory'' (1995) onderscheiden mensen zich in de mate waarin ze informatie letterlijk (verbatim) of conceptueel (gist) verwerken en onthouden. Mensen met hoge taalintelligentie vertrouwen vaker op gist-representaties: ze onthouden de kernboodschap, niet de exacte woorden. Mensen met lagere taalvaardigheid hebben juist meer moeite met semantische generalisatie en hechten daardoor aan de letterlijke vorm. 3. De rol van andere intelligentie-aspecten Niet alleen talige, maar ook abstract-logische en sociale intelligentie spelen mee. Iemand met hoge abstracte redeneervaardigheid (zoals gemeten in analogieën of matrices) kan sneller herkennen dat verschillende woorden op hetzelfde concept wijzen. Sociale intelligentie, waaronder Theory of Mind, speelt een rol in het aanvoelen van intenties van de ander: "de ander bedoelt hetzelfde, ook al zegt hij het anders" (Happé, 1995). 4. Big Five persoonlijkheidsdimensies: taalgebruik in context Parafrase-tolerantie wordt ook mede bepaald door persoonlijkheidskenmerken: Openheid: Hoge openheid correleert sterk met taalvaardigheid en semantische flexibiliteit. Deze mensen waarderen creativiteit, nuance en verschillende invalshoeken, en hebben minder moeite met alternatieve verwoordingen. Altruisme: Mensen met lage altruïsme hechten vaak meer aan hun eigen gelijk of formulering, vanuit een sterkere gerichtheid op zelfbehoud of erkenning. Zij ervaren parafrasering sneller als inbreuk of misrepresentatie. Gevoeligheid: Personen met lagere gevoeligheid (hogere emotionele stabiliteit) kunnen feedback op hun formulering makkelijker verdragen. Zij hebben minder defensieve reacties als hun woorden worden 'vertaald'. Sturing: Mensen die hoog scoren op nauwkeurigheid en controle kunnen eveneens moeite hebben met 'vrije' interpretatie van hun woorden, afhankelijk van hun cognitieve flexibiliteit. 5. Ego-involvement en psychologisch eigenaarschap Het concept 'psychological ownership' (Pierce et al., 2003) biedt aanvullend inzicht. Mensen identificeren zich met hun ideeën én hun woorden. Hoe sterker iemand dit eigenaarschap voelt, hoe gevoeliger hij is voor aanpassingen in de weergave ervan. Deze eigenschap correleert negatief met altruïsme en positief met zelfgerichtheid. 6. Praktische implicaties voor assessments en communicatie In talentassessments en teamcoaching kan inzicht in deze mechanismen veel opleveren. Iemand die laag scoort op taalgebruik en altruïsme, kan communicatieproblemen ervaren in contexten waar samenvattingen of notulen parafraserend worden weergegeven. Het expliciteren van deze gevoeligheid helpt om wederzijds begrip te bevorderen. Bijvoorbeeld: "Jij vindt het belangrijk dat je woorden precies worden weergegeven. Dat zegt iets over hoe je met taal omgaat en wat je nodig hebt om je gehoord te voelen." Zo'n formulering helpt het zelfinzicht te vergroten zonder te oordelen. Conclusie Parafrase-tolerantie is geen oppervlakkige kwestie van stijl, maar het resultaat van diepere cognitieve en persoonlijkheidskenmerken. Taalvaardigheid, openheid, altruïsme en abstractievermogen bepalen samen in hoeverre iemand betekenis los kan zien van vorm. Begrip hiervan helpt in communicatie, samenwerking en professionele begeleiding. Het herinnert ons eraan dat taal niet alleen een voertuig is voor informatie, maar ook voor identiteit. Bronnen (selectie):
Nation, K., & Snowling, M. J. (1998). Semantic processing and the development of word-recognition skills: Evidence from children with reading comprehension difficulties. Journal of Memory and Language. Perfetti, C. A. (2007). Reading ability: Lexical quality to comprehension. Scientific Studies of Reading. Reyna, V. F., & Brainerd, C. J. (1995). Fuzzy-trace theory: An interim synthesis. Learning and Individual Differences. Pierce, J. L., Kostova, T., & Dirks, K. T. (2003). The state of psychological ownership: Integrating and extending a century of research. Review of General Psychology. Happé, F. (1995). The role of age and verbal ability in the theory of mind task performance of subjects with autism. Child Development. De techneut en de storyteller
'Hoe gaat het met jullie onderneming?' vraag ik belangstellend aan de twee directeuren in mijn spreekkamer. Ze kijken elkaar even afwachtend aan en dan begint Robert te vertellen. 'Vorige week zat er een klant bij me en die stelde mij dezelfde vraag. Ik heb hem toen het verhaal verteld hoe onze sales-afdeling in het afgelopen jaar voor extreme uitdagingen kwam te staan door de Corona-crisis en hoe dit team is gegroeid in innovatie, maar ook in saamhorigheid met elkaar. En daar ligt voor mij de essentie van hoe het met ons bedrijf gaat. Begin juni kwam de salesmanager bij mij binnenlopen en ... '. Terwijl zijn verhaal verder gaat kijk ik even naar de andere directeur, Dirk. Hij kijkt naar de tafel en ik zie een frons op zijn voorhoofd. Alsof hij voelt dat ik naar hem kijk werpt hij mij even een blik toe. Het is dat een blik geen geluid kan maken, anders had was het een zucht geweest. 'Robert, ik onderbreek je even' zeg ik ineens. 'Ik ben even benieuwd wat Dirk ondertussen denkt terwijl jij vertelt.' 'Ja Dirk, wat denk jij eigenlijk?' zegt Robert lachend. Dirk snuift even ongemakkelijk, kijkt ons allebei even aan en zegt dan: 'Wat ik denk is: waarom begin jij dit lange verhaal en geef je niet gewoon antwoord op de vraag? Het antwoord is namelijk dat we 40% minder omzet draaien en bijna 60% minder resultaat hebben.' Robert en Dirk zijn bijna een schoolvoorbeeld van de geïrriteerde verbazing die leiders of bestuurders soms over elkaar kunnen hebben. Deze geïrriteerde verbazing is niet alleen verklaarbaar vanuit persoonlijkheids-, communicatie- of motivatieverschillen. Dit heeft veel meer te maken met het verschil tussen performale en verbale intelligentie. De bedrading van hun brein. 1. Verbale en performale intelligentie: de gouden talent-markers 1.1 Verbale intelligentie Verbale intelligentie is de optelsom van vermogens tot abstract redeneren, tekstanalyse, woordenschat en systematisch taalgebruik. Deze vermogens stellen iemand in staat om taal en woorden effectief in te zetten in leiderschap en communicatie. Verbale intelligentie ondersteunt empathie omdat empathie veel heeft te maken met kunnen 'verwoorden' van emoties. Verbaal sterke leiders denken in verhalen met een voorgeschiedenis en kansen voor een volgend hoofdstuk. Elk afzonderlijk onderdeel van verbale intelligentie is een marker voor specifiek talent. Ik noem ze hieronder. Top-down denken en abstractievermogen. Een hoge score op Analogieën is een marker voor 'top-down'-denken: een theorie of model vertalen naar de praktijk. Handig voor consultants, wetenschappers, adviseurs. Een lage score op Analogieën, gecombineerd met een hoge score op technisch inzicht is een marker voor 'bottom-up' denken: de praktijk als vertrekpunt. Handig voor trouble-shooters en improvisatietalent. Systematisch denken. Woordbeeld (spelling en grammatica) is een marker voor systematisch denken. Grammatica is een systematiek die op een deel van de werkelijkheid (taal) wordt toegepast. Een hoge score daarop voorspelt dat iemand zich ook op andere gebieden makkelijk een systematiek eigen kan maken en kan toepassen. Handig voor algoritme-ontwikkelaars en gebruikers van professionele software. Algemene kennis. Woordenschat is een marker voor algemene ontwikkeling. Handig voor CEO's en algemeen directeuren die interne op externe ontwikkelingen moet afstemmen. Taalgevoel. Taalgebruik is een marker voor het goed kunnen interpreteren en schrijven van teksten en de essentie te zien of over te brengen. Handig voor communicatie, visie verwoorden, overtuigen, luisteren, verbinden. Onder ander visionairs, coaches, therapeuten, communicatiespecialisten en content-schrijvers hebben dit nodig. 1.2 Performale intelligentie Performale intelligentie is de optelsom van praktisch en technisch inzicht, ruimtelijk inzicht, patroonherkenning in visueel aangeboden informatie en cijfermatig inzicht. Deze vermogens stellen iemand in staat om een probleem in stukjes te knippen, fouten op te sporen en oplossingen aan te dragen. Belangrijk voor leiderschap, strategie en besluitvorming. Performaal sterke leiders denken in schema's, cijfers en stroomdiagrammen. Ook hiervoor geldt dat elk afzonderlijk onderdeel een marker is van specifiek talent. Hands-on logica. Praktisch-technisch inzicht is een belangrijke marker voor het vermogen om snel te doorzien hoe zaken werken, problemen op te lossen en een organisatie draaiend te krijgen of houden. Vooral op korte termijn gericht. Handig in de logistiek en voor het leiden van bijvoorbeeld productie- en reparatie afdelingen. Denken in scenario's. Ruimtelijk inzicht is een marker voor het kunnen overzien en denkbeeldig aanpassen van diverse scenario's. Ook handig bij schaken. Vooral lange termijn gericht, strategisch. Onontbeerlijk voor scenario-planners en business-strategen. Patroonherkenning. Figuren Reeksen is een marker voor het herkennen van patronen in data, cijfers, grafieken, symbolen. Voor terugkijkend op de langere termijn, controlerend. Een must voor controllers en CFO's. Gevoel voor cijfers. Rekenvaardigheid is een marker voor het logisch interpreteren van cijfers en daarmee werken. Handig voor financiële planning en controle. Maar ook op de administratie, facturatie en boekhouding. 2. When two worlds collide: verhalen-bundel versus machine 2.1 Wereldbeeld en inspiratie Verbale hoogscoorders (zeker als ze ook hoog op gevoeligheid en/of altruïsme scoren) zien de wereld als een verzameling verhalen. Verhalen van mensen, groepen, bewegingen, ontwikkelingen. Voor hen bevat het verhaal de essentie. Waar zit iemand in zijn of haar levensverhaal? Wat is de geschiedenis van een organisatie? Wat is het verhaal van een team? Wat wordt het volgende hoofdstuk? Verbale hoogscoorders hebben vaak minder een gevoel van invloed en controle dan performale hoogscoorders. Dat komt misschien doordat verbale intelligentie minder verweven is met executieve functies dan performale intelligentie. Performale hoogscoorders (de 'techneuten') zien de wereld meer als een 'machine' waar mensen, afdelingen, teams een 'input' en een 'output' hebben. Zij kijken 'technischer', zijn meer oplossingsgericht en zoeken vaker naar 'de knoppen' waar ze aan kunnen 'draaien' om dingen goed te laten lopen. Denk daarbij niet alleen aan letterlijke 'techneuten'. Je kunt ook politiek, maatschappelijke problemen en organisatievraagstukken 'technisch' benaderen. Hugo de Jonge is op dit moment misschien het duidelijkste voorbeeld van een 'politieke techneut' die door middel van apps en wetenschappelijk oplossingen 'aan de knoppen wil draaien' om het Corona-probleem te tackelen en de Nederlandse motor weer zo goed mogelijk te laten draaien. Misschien dat daarom sommige personen zich zo aan hem irriteren en anderen juist niet. Hugo de Jonge is op dit moment misschien wel het duidelijkste voorbeeld van een 'politieke techneut'. Performale hoogscoorders raken eerder geïnspireerd door cijfers, techniek, scores en kpi's. Zaken waar verbale hoogscoorders bijna een weerstand tegen kunnen hebben. Verbale hoogscoorders raken geïnspireerd door verhalen, voorbeelden, metaforen. 2.2 De onderlinge geïrriteerde verwondering Veel 'verhalen-mensen' irriteren zich soms (inwendig) aan de mechanische, oplossingsgerichte en volgens hen ongepaste manier waarmee techneuten soms kunnen reageren op iets gevoeligs. Volgens hen kijken performalen alleen maar naar geld, systematiek en niet naar de 'ziel' van dingen. Veel 'techneuten' irriteren zich aan de manier waarop 'verhalen-mensen' zich verliezen in één verhaal van één persoon of één voorval terwijl het volledige, echte plaatje heel anders is. De cijfers zijn de feiten. Niet de verhalen. Deze irritatie komt mogelijk voort uit het fenomeen dat de 'verhaal-circuits' in ons brein de technische circuits inhiberen (afremmen). En omgekeerd: als de technische circuits actief worden in ons brein (we gaan over geld en tijd praten) inhibeert dat juist de 'verhaal-circuits' waar ook onze empathie en gevoel van verbondenheid zit. Met andere woorden: als ons technische of verbale circuit 'aan' gaat worden we een klein beetje een karikatuur daarvan. En dat triggert irritatie bij mensen die anders bedraad zijn. Als ons verbale circuit 'aan' gaat worden we een beetje een karikatuur daarvan. En dat triggert irritatie bij mensen die technisch 'bedraad' zijn. Veel communicatie- en teamcohesieproblemen in DT's en MT's, maar ook in de politiek, ontstaan door een gebrek aan inzicht in deze verschillen. Dit leidt tot onbegrip, verdeeldheid en verkeerde verwachtingen van elkaar. 3. Van irritatie naar wederzijds respect 3.1 Nodig: cijfers én een goed verhaal In een goed functionerend team worden de talenten van diverse teamleden gewaardeerd en ingezet. En verwijzen mensen naar elkaar: 'dat kun je beter aan Melanie vragen, die is daar veel beter in dan ik.' De onderling irritatie tussen 'techneuten' en 'storytellers' ondermijnt de slagkracht van een team. Om in een team de onderlinge irritatie over het 'wonderlijke absurde' gedrag van de ander om te vormen tot synergie zijn cijfers en een goed verhaal nodig. Cijfers die verschillen tussen performale en verbale hoogscoorders duidelijk maken (cijfers overtuigen de performalen), en een verhaal dat de geïrriteerde verwondering in een ander daglicht plaatst (het verhaal overtuigt de verbalen). Dit moeten wel cijfers zijn die gebaseerd zijn op een betrouwbare capaciteiten-meting en niet cijfers die gebaseerd zijn op eigen inschattingen van mensen. 3.2 Capaciteiten-tests beter dan zelfrapportage vragenlijsten Hoewel de wetenschap er glashelder over is dat capaciteiten- (intelligentie-)metingen de beste indicatoren van talent zijn, zien we steeds meer talentanalyses op de markt komen die 'talent' proberen vast stellen zonder metingen, maar louter op basis van zelfrapportage vragenlijsten. Het toetsen van iemand technisch inzicht d.m.v. technische opdrachten is wat anders dan iemand aan laten vinken of hij het eens is met de stelling: 'Ik heb een goed technisch inzicht'. Talentanalyses zijn momenteel erg populair en commercieel heel interessant als je de dure capaciteiten-metingen weglaat (zonder dat gebruikers het door hebben). Een doorn in het oog voor deskundigen uit de assessmentwereld, maar daar gaan we nu niet zuur over doen. Uitslagen op persoonlijkheidsvragenlijsten en motivatie-tests zijn meestal niet zo verrassend. Mensen herkennen zich erin. Uitslagen van capaciteiten-tests zijn vaak heel verrassend. Mensen hebben van zichzelf niet door waar ze zo goed in zijn en hoe hun brein informatie verwerkt. Dat is ook logisch want wat je makkelijk afgaat vind je zelf meestal niet zo bijzonder. Capaciteiten-metingen zijn lastig en duur. En maken je assessment voor sommige mensen minder aantrekkelijk. Maar hoe eerlijk is het om de meest betrouwbare markers van talent te vervangen door enquête-vragen (stellingen) over iemands stijl, drijfveren, motivatie of communicatie en een positief verhaal? 4. Tot slot: 'numbers with stories' en 'stories with numbers' Robert en Dirk lopen niet tegen gedrags-verschillen, persoonlijkheids-verschillen of communicatie-verschillen aan. Ze lopen tegen verschillen in hun brein aan. Wat ze nodig hebben is het besef dat hun beider bedrading anders is, maar als puzzelstukken in elkaar passen als ze cijfers en verhalen weten te combineren. Robert overtuigt in zijn eentje alleen de verhaal-mensen in en rond hun bedrijf en Dirk spreekt alleen maar de taal van techneuten. Als zij in hun interne en externe presentaties gebruik maken van elkaars talent zullen ze zowel performalen als verbalen weten te overtuigen en plezier krijgen in hun verschillen. Dat zorgt ervoor dat de sturing van een DT of MT impact krijgt. Tegelijkertijd moeten ze ook weten wanneer ze juist alleen moeten opereren. Een lastig functioneringsgesprek zal beter bij Robert passen en een lastig gesprek met de bank beter bij Dirk. Doen ze deze gesprekken samen dan kan Dirk met zijn technische benadering het gevoelige functioneringsgesprek 'om zeep helpen' terwijl Robert met zijn verhalen de cijfers waarmee Dirk de bank wil overtuigen kan ondermijnen. Kijk op www.talentassessment.nl voor betrouwbare Talentassessments mét capaciteitenmetingen. Het is zover! Een nieuwe release van Talentassessment.nl. Het assessment dat jou overtuigt van je talent. Betrouwbaarder, leesbaarder en logischer dan ooit. Talentassessment 8.0 stimuleert zelfreflectie: niet alleen wat ben je wel, maar ook wat ben je niet? Want dat maakt je wijzer en succesvoller. De vernieuwde leiderschapsbijlage zoomt nog dieper in op de managementposities die bij jou passen. Onze klanten zijn soms prettig verbaasd dat wij elke millimeter van ons rapport zo serieus nemen en voortdurend verbeteren. Dan leg ik uit dat dat met onze droom te maken heeft. Onze assessments zijn geen doel op zich. Het is professioneel gereedschap om een doel te bereiken. Om een droom werkelijkheid te maken. Of beter gezegd: om de werkelijkheid te veranderen in een droom. De werkelijkheid: ondanks alle aandacht voor talent en strengths zijn er nog steeds veel werknemers die zichzelf kwijt raken in hun werk omdat ze allerlei kunstjes moeten vertonen die niet bij hun talent passen. Ondanks alle investeringen in HR zijn er nog steeds veel bedrijven die maar een deel van hun potentieel benutten omdat talenten niet helder gedefinieerd zijn. Ik zie respectabele ondernemingen eenzijdige testjes gebruiken om talent in kaart te brengen. Ze investeren tienduizenden euro’s in productontwikkeling, maar hooguit 250 euro in de ontwikkeling van een werknemer. Ze maken uitgebreide producthandleidingen voor hun klanten, maar de handleiding voor hun werknemer is een geautomatiseerd testrapportje van 10 pagina's. Door een beperkt testje verwarren ze talent met schijntalent en komt iedereen bedrogen uit. Ik zie hoe de strengths-focus soms doorslaat en bedrijven geen rekening meer houden met de kwetsbare kant van medewerkers. Dat wringt allemaal met mijn droom en stuwt me voort om te laten zien dat het anders kan. In mijn mooiste droom als talentassessment-psycholoog durven werknemers echt zichzelf te zijn op hun werk. Ze voelen zich veilig bij collega’s want ze kennen de waarde van ieders talent. Ze houden rekening met elkaars kwetsbaarheden. Werk is een tweede thuis geworden. Werken is niet langer 'kunstjes opvoeren', maar 'het beste van jezelf inzetten'. Samenwerken is niet meer 'zorgen dat je niet door de mand valt', maar 'optimaal gebruik maken van verschillen’. In mijn mooiste droom praten de baas en de jongste schoolverlater in het bedrijf vrijuit over hun sterktes en zwaktes. Over verschillen tussen hun talenten en persoonlijkheden. De sfeer is bevrijdend open; er wordt ontspannen gelachen om ieders eigenaardigheden. Maar er is ook respect voor ieders unieke talent. Bij de één nog in ontwikkeling, en bij de ander al verder uitgegroeid. De strengths-benadering slaat soms door en laat geen ruimte voor je kwetsbare kant als medewerker. Terwijl juist daaromheen binding met collega's en werk ontstaat. In mijn mooiste droom zijn alle ondernemingen van onze klanten bovengemiddeld succesvol. Als iemand vraagt naar het geheim van hun succes, noemen ze de teamsamenwerking en de verschillen tussen hun karakters en talenten. Ieder teamlid heeft helder waar hij of zij zich beter wel en niet mee kan bemoeien: 'Als ik met die programmeur ga praten blaas ik hem waarschijnlijk ondersteboven met mijn extraverte en uitdagende manier van praten, dus misschien kun jij dat beter doen. Jij voelt hem beter aan. En jij bent ook veel beter in formules en systematisch taalgebruik bleek uit jouw rapport.' 'Die brief is echt iets voor jou, met jouw introverte doordachtheid. Please, wil jij daar even goed naar kijken? Ik zal je niet storen, haha.' ‘Wil jij bij dat project snel even wat leven in de brouwerij gaan brengen? Dan ruim ik jouw bureau wel even op want dat is weer een echt slagveld; je weet dat ik juist hoog scoor op ordelijkheid, hihi’. Een talentassessment draait niet alleen om talent, maar ook om zelfkennis, kwetsbaarheid en de kracht van verschillen. In mijn mooiste droom gaan al onze klanten 's morgens met plezier naar hun werk omdat het bij hen past. En als ze een keer iets moeten doen dat minder bij hun talent past, krijgen ze support van collega’s die weten hoeveel energie het kost als je even buiten je talentzone moet.
In mijn mooiste droom heeft iedereen een mooi inspirerend boekwerk over zichzelf. Iets waar je regelmatig even in kijkt. Met teksten die bevestigen wie je bent. Met woorden die zelfrespect creëren. Maar ook respect en begrip voor je collega's. Omdat jij iets hebt wat zij niet hebben. En zij hebben iets wat jij niet hebt. Maar met elkaar heb je meer dan genoeg om de klus te klaren. In mijn mooiste droom is het samenwerken met al die nuchtere, gevoelige, introverte, extraverte, gedisciplineerde en chaotische collega's en klanten zo leuk dat je er 's avonds nog over praat. Want samenwerken met totaal verschillende mensen die toch zichzelf durven te zijn bij elkaar is één van de meest inspirerende ervaringen in het leven. Dat is mijn droom. Dat is waar ik in geloof. Dat is Talentassessment 8.0. Met tal van verbeteringen onder de motorkap waardoor de analyse van 700 paramaters per persoon op gebied van persoonlijkheid, intelligentie, interesses, referenten, schoolprestaties en favoriete speelgoed nog nauwkeuriger gebeurt. Een unieke combinatie van psychologie, mensenkennis, passie voor talent en AI. Bekijk snel ons nieuwste demorapport. 'Zelfkennis is het begin van alle wijsheid' zei Socrates lang geleden al. Wie wijs wil zijn, moet zichzelf durven tegenkomen. Dit geldt zeker voor leiders. Een leider die zichzelf niet kent, leert niemand kennen. Een leider die zijn eigen hart kent, kent het hart van zijn mensen. Ga maar na: een gevoelige leider die zijn gevoeligheid niet kent en aanvaardt, kan ook geen verbinding maken met de gevoeligheid van anderen. En kan ook zijn voorsprong als gevoelige leider niet inzetten. Bovendien ben je jezelf niet als je moeite hebt met je gevoeligheid. Als jij jezelf niet bent, hoe zouden anderen wel zichzelf kunnen zijn onder jouw leiderschap? Of hoe zou je je mensen kunnen motiveren om hun gevoeligheid in te zetten in jouw organisatie? Een bescheiden leider die denkt dat hij assertief en kritisch moet zijn, is zichzelf niet. Hij vecht tegen zijn kwetsbaarheid. Hij moet zijn bescheidenheid en meelevendheid onderdrukken en assertieve kunstjes vertonen om zichzelf tevreden te stellen. Dat zal ook nooit lukken want kritisch doen naar anderen past niet bij hem. En dan te bedenken dat onder de meest succesvolle leiders juist veel bescheiden persoonlijkheden zitten ... Een introverte leider die de kracht en de gevaren van zijn introversie niet kent en hanteert, zal na een dag vol pogingen om extravert te doen 's avonds uitgeblust thuis komen. Om dan een karikatuur te worden van zijn introverte kant: in zichzelf gekeerd, solistisch en moeilijk benaderbaar. Wat jammer voor zijn team, en wat jammer voor zijn geliefden ... En zo kan ik nog even doorgaan over de leider die juist ongevoelig is, of erg extravert, of heel behoudend, kritisch, perfectionistisch, chaotisch, ... Allemaal karaktereigenschappen waar zowel je kracht als je kwetsbaarheid in zit. Of over de leider met dyslexie, dyscalculie, ... Of over de leider met onverwerkte trauma's, verdriet, eenzaamheidsgevoelens, angsten, schaamte, schuldgevoel, wroeging, zelfhaat, ... Wanneer jij als leider investeert in zelfkennis, groeit je mensenkennis. Maar ook je zelfbeheersing, je nederigheid, je echtheid, je vrijheid, je relaties, je liefde. En daarmee de kracht van jouw persoonlijkheid. Je hoeft minder gebruik te maken van macht omdat natuurlijke autoriteit begint met het aanvaarden van je kwetsbaarheid. Want autoriteit heeft alles te maken met 'echt' zijn. Natuurlijke autoriteit begint met het aanvaarden van je kwetsbaarheid Hoe minder discrepantie er is tussen je persoonlijkheid en je leiderschapsstijl, hoe authentieker je als leider zult zijn. Hoe harder je je verzet tegen je kwetsbaarheden, hoe kleiner je bewegingsvrijheid als leider. Vrijheid begint met zelfkennis. En zelfkennis begint met de bereidheid om in de spiegel van je ziel te kijken. Een talentassessment is daarom een uitgebreide, glasheldere spiegel: 60 pagina's over jezelf. Je komt helder in beeld. Wie je wel bent en wie je niet bent. Wat je wel in huis hebt en wat je niet in huis hebt. Daar geloven wij in: in leiders die overtuigd zijn van hun talent, maar ook helder hebben wat hun gebrek is. Dat zijn de leiders van de toekomst. Zij verbinden. Zij krijgen goodwill. Zij overtuigen anderen dat ze nodig zijn. Zij creëren veiligheid voor anderen om zichzelf te kunnen zijn. Want zij voelen zich ook veilig bij zichzelf. 8 vragen om je zelfkennis in te schatten
Hoe meer vragen je met 'ja' beantwoordt, hoe groter de kans dat je zelfkennis nog te beperkt is om een authentieke leider te zijn. Het onder ogen zien en aanvaarden van je kwetsbaarheid zal je sterker maken.
Bel 078-6414563, mail of kijk op www.talentassessment.nl #Leadership, #Management, #Leiderschap, #Talent, #Talentassessment |
AuteurMatthijs Goedegebuure is psycholoog en eigenaar van Talentassessment.nl Archieven
Mei 2026
Categorieën
Alles
|
RSS-feed