|
Lang geleden was leiderschap vaak verbonden met 'richting geven vanuit een overtuiging'. Een leider stond ergens voor. Niet alleen voor efficiëntie, groei of organisatie, maar voor een werkelijkheid die groter was dan hijzelf: recht, geloof, volk, vrijheid, waarheid, roeping, beschaving, God, eer, gemeenschap. Of dat altijd goed uitpakte is een tweede, want sterke overtuigingen kunnen ook gevaarlijk worden. Maar leiderschap had toen vaker een bezielende kern. Sinds de industriële revolutie is leiderschap steeds meer gaan lijken op het beheersen van systemen. De fabriek werd het model. Planning, productie, output, schaalvergroting, standaardisatie, managementlagen, meetbaarheid. Daardoor verschoof het beeld van de leider: niet meer primair de profeet, koning, hervormer, priester, staatsman of wijze, maar de ingenieur, manager, strateeg, bestuurder, consultant, procesdenker. Dat heeft enorme voordelen gebracht. Betere organisatie, meer welvaart, hogere productiviteit, betrouwbaardere structuren. Zonder techneuten en bedrijfskundigen was de moderne wereld domweg niet mogelijk geweest. Maar de prijs is dat leiderschap vaak 'ontzielde sturing' is geworden. Veel leiders kunnen uitstekend optimaliseren, maar weten niet meer waartoe. Ze kunnen processen verbeteren, maar niet altijd betekenis geven. Ze kunnen mensen inzetten, maar niet altijd mensen verstaan. Ze kunnen een organisatie laten groeien, maar niet altijd een gemeenschap vormen. Veel moderne leiders kunnen wel een organisatie optimaliseren, maar zijn niet in staat een gemeenschap te bouwen. Dan krijg je leiderschap dat voortdurend vraagt: werkt het?. Maar veel minder: is het waar? Is het goed? Dient het de mensheid? Waarvoor bestaan wij eigenlijk? Daar zit volgens mij precies de breuklijn.
De industriële revolutie heeft niet alleen machines voortgebracht, maar ook een bepaald mensbeeld: de mens als functie, als arbeidskracht, als resource, als schakel in een proces. Later werd dat zachter verpakt, maar het zit nog steeds in woorden als human resources, performance management en efficiency. Alsof de mens een soort prachtig lastig apparaat is dat je goed moet afstellen. Misschien is de grote opdracht van deze tijd wel om die twee vormen van leiderschap weer bij elkaar te brengen: de bezielde leider en de kundige organisator. Iemand die én de machine begrijpt, én de ziel niet vergeet. Iemand die kan bouwen, meten en verbeteren, maar ook kan luisteren, onderscheiden en betekenis geven. Zonder techniek wordt leiderschap dromerig. Zonder bezieling wordt leiderschap mechanisch. De beste leiders zijn misschien niet de mensen die alleen vooruitgang organiseren, maar de mensen die opnieuw durven vragen: 'Welke vooruitgang is echt goed voor ons?'
0 Comments
Leave a Reply. |
AuteurMatthijs Goedegebuure is psycholoog en eigenaar van Talentassessment.nl Archieven
Mei 2026
Categorieën
Alles
|
RSS-feed