|
En waarom verbaal begaafde beoordelaars daar extra gevoelig voor zijn
In veel organisaties gaat men ervan uit dat talent herkenbaar is. Je ziet het in hoe iemand praat, reflecteert, analyseert en verbanden legt. Wie dat goed kan, geldt al snel als slim, veelbelovend of leiderschapspotentieel. Maar juist daar zit een hardnekkige vertekening. Performale talenten, zoals praktisch inzicht, technisch denken, ruimtelijk handelen en oplossingsgericht improviseren, worden structureel minder goed herkend. Niet omdat ze zeldzamer zijn, maar omdat ze zich anders tonen. En vooral omdat veel talent-beoordelaars zelf verbaal zijn ingesteld. Performaal talent laat zich slecht uitleggen Praktisch en technisch inzicht werkt grotendeels impliciet. Iemand ziet wat er misgaat, voelt aan wat nodig is en handelt. Vaak snel, vaak zonder veel woorden. Als je vraagt waarom hij dit zo deed, volgt regelmatig een schouderophalen. Het werkte gewoon. Voor een verbaal sterke consultant of manager kan dat onbevredigend voelen. Waar is de analyse? Waar is de onderbouwing? Waar is het verhaal? Maar het ontbreken van taal betekent hier niet het ontbreken van intelligentie. Het betekent dat de intelligentie zich in handelen uitdrukt in plaats van in woorden. Dat maakt performaal talent lastiger te beoordelen in gesprekken, interviews en assessments die primair talig zijn ingericht. Opleiding verwart het beeld Daar komt iets bij wat het probleem vergroot. Opleiding. In ruwe testgegevens zie je vaak een opvallend patroon. Praktisch en ruimtelijk inzicht verschillen relatief weinig tussen mensen met vmbo, mbo, hbo of wo achtergrond. Terwijl verbale vaardigheden zoals taalgebruik, woordenschat en abstract redeneren juist sterk uiteenlopen. Dat is geen toeval. Praktisch en ruimtelijk inzicht ontwikkelen vroeg en zijn minder afhankelijk van formeel onderwijs. Ze groeien door doen, bouwen, repareren, omgaan met echte situaties. Na een bepaald niveau stabiliseren ze en worden ze vooral functioneel ingezet. Verbale vaardigheden daarentegen blijven zich ontwikkelen door scholing, lezen, academische training en talige omgevingen. Hoe langer iemand daarin zit, hoe groter het verschil wordt met mensen die die training niet hebben gehad. Het gevolg is verraderlijk. Het lijkt alsof hoger opgeleiden intelligenter zijn in het algemeen, terwijl het in werkelijkheid vaak gaat om sterk uitvergrote verschillen in taal. Wie dat niet scherp ziet, verwart opleidingsniveau met cognitief niveau en onderschat performaal talent structureel. Cultuur bepaalt wat je herkent Er is nog een laag die zelden expliciet wordt gemaakt. De cultuur waarin je bent opgegroeid. Iemand die is grootgebracht tussen vrachtwagenchauffeurs, monteurs, installateurs, boeren of doe-het-zelvers leert al jong wat vakmanschap is. Die ziet wanneer iemand slim werkt, een goede oplossing vindt of technisch elegant handelt. Iemand die opgroeit in een sterk talige, academische of bestuurlijke omgeving leert juist scherp luisteren naar argumenten, taalnuance en abstractie. Beide zijn waardevol. Maar ze maken je gevoelig voor andere vormen van talent. Wie weinig is blootgesteld aan praktisch en technisch vakmanschap, herkent het minder snel. Het voelt al snel als iets eenvoudigs of vanzelfsprekends. Terwijl het in werkelijkheid vaak gaat om jarenlange ervaring, fijnzinnig waarnemen en razendsnel beslissen. We accepteren dit verschil elders zonder moeite Opvallend genoeg vinden we dit helemaal niet vreemd in andere domeinen. Niemand verwacht van een topviolist dat hij zijn motoriek en timing goed kan uitleggen. Niemand denkt dat een topsporter minder intelligent is omdat hij zijn bewegingen niet in woorden kan vangen. Niemand twijfelt aan het talent van een chirurg omdat hij vooral met zijn handen denkt. We begrijpen intuïtief dat sommige vormen van intelligentie zich niet talig laten verantwoorden. Maar zodra het over werk, teams en leiderschap gaat, lijken we dat inzicht kwijt te raken. Dan wordt praten belangrijker dan doen. Uitleg belangrijker dan resultaat. Reflectie belangrijker dan functioneren. De blinde vlek van verbaal talent Dit betekent niet dat verbaal talent een probleem is. Integendeel. Het is onmisbaar voor richting, afstemming, betekenis en samenwerking. Het probleem ontstaat wanneer één vorm van intelligentie de norm wordt voor alle andere. Verbaal sterke consultants, managers en beoordelaars lopen dan een specifiek risico. Ze zien scherp wat zij zelf goed kunnen. En missen juist wat zich buiten hun eigen voorkeursmodus afspeelt. Dat is geen onwil en geen arrogantie. Het is cognitieve filtering. Wie dat niet onderkent, bouwt teams vol praatkracht en mist stille denkers, doeners en technische stabiliteit. Wat helpt wel Performaal talent herkennen vraagt andere vormen van kijken. Observeren in actie in plaats van alleen praten. Kijken naar oplossingen in echte situaties. Letten op wat iemand doet als het spannend wordt. Gebruik maken van tests die performale vermogens expliciet meten. En vooral bewustzijn van je eigen cognitieve voorkeur. Pas dan ontstaat een eerlijker beeld. Tot slot Het herkennen van performaal talent is lastiger, niet omdat het minder intelligent is, maar omdat het minder woorden gebruikt. Wie alleen luistert, mist wat met handen, ogen en timing gebeurt. En misschien is dat wel een van de belangrijkste lessen voor assessment, leiderschap en teamvorming. Niet elk talent praat. Maar sommige talenten houden het hele systeem overeind. Wie dat leert zien, kijkt niet slimmer. Maar vollediger.
0 Comments
Leave a Reply. |
AuteurMatthijs Goedegebuure is psycholoog en eigenaar van Talentassessment.nl Archieven
Januari 2026
Categorieën
Alles
|
RSS-feed