|
Waarom ik niet geloof in algemene hoogbegaafdheid of algemene hooggevoeligheid
Ik geloof niet in de algemeen hoogbegaafde mens. Evenmin geloof ik in de algemeen hoogsensitieve of de algemeen introverte mens. Dat betekent niet dat algemene factoren waardeloos of denkbeeldig zijn. In intelligentieonderzoek verschijnt een robuuste algemene factor. Ook van persoonlijkheid en gevoeligheid kunnen brede totaalscores worden berekend. Maar een factor is een statistische samenvatting. Geen volledige beschrijving van een mens. Een kaart is nog geen landschap. Binnen het wetenschappelijke denken over talent bestaan verschillende accenten. De psychometrische traditie begint bij algemene cognitieve capaciteit en onderscheidt daarnaast brede en specifieke vermogens. Ontwikkelingsmodellen, zoals die van Gagné en Renzulli, benadrukken dat aanleg pas talent wordt in samenspel met motivatie, creativiteit, oefening, leerervaring en omgeving. Gagné onderscheidt daarbij expliciet natuurlijke vermogens van systematisch ontwikkelde vaardigheden. Mijn eigen wetenschappelijke thuisbasis ligt in de differentiële psychologie, in het bijzonder in de profielgerichte traditie van persoon en omgeving. Daarbij gebruik ik het klassieke Hollandmodel, in Nederland bekend als PAKSOC, als een belangrijk ordeningskader. Het onderscheidt zes domeinen: praktisch, analytisch, kunstzinnig, sociaal, ondernemend en conventioneel. PAKSOC is oorspronkelijk geen theorie over zes afzonderlijke intelligenties. Het beschrijft interesses, activiteiten en omgevingen. Onderzoek laat echter zien dat deze interesseprofielen systematisch samenhangen met cognitieve vermogens en persoonlijkheid, zonder daarmee samen te vallen. Zo hangt kunstzinnige belangstelling relatief sterk samen met openheid, sociale belangstelling met extraversie en altruïstische kenmerken, en analytische belangstelling met bepaalde cognitieve vermogens. De verbanden zijn betekenisvol, maar nooit volledig. Precies daarin ligt voor mij de waarde van het model. Ik gebruik PAKSOC niet als zes hokjes, maar als zes richtingen waarin talent zich kan ontwikkelen. Binnen iedere richting kijk ik naar aanleg, ontwikkelde vaardigheid, interesse, persoonlijkheid, gevoeligheid, motivatie, waarden, levensgeschiedenis en context. Analytische begaafdheid kan bijvoorbeeld vooral verbaal, logisch, kwantitatief of visueel ruimtelijk zijn. Sociale begaafdheid kan rusten op taalgevoel, perspectiefneming, empathie, moed, opmerkzaamheid of doorleefde ervaring. Kunstzinnige begaafdheid kan samengaan met verbeeldingskracht, auditieve precisie, motorische beheersing, esthetische ontvankelijkheid of emotionele zeggingskracht. Twee mensen kunnen dus hetzelfde brede etiket krijgen en psychologisch weinig op elkaar lijken. Hetzelfde geldt voor gevoeligheid. Ook daar wordt het wetenschappelijke beeld steeds gedifferentieerder. De in 2026 gepubliceerde herziene HSP-schaal onderscheidt gevoeligheid voor details, diepgaande verwerking, sociale gevoeligheid, gevoeligheid voor positieve ervaringen, emotionele reactiviteit en overprikkeling. Ander recent onderzoek suggereert bovendien dat mensen niet alleen verschillen in de mate waarin zij gevoelig zijn, maar ook in datgene waarvoor zij gevoelig zijn. Sommigen reageren vooral sterk op dreiging en tegenslag, anderen juist op steun, schoonheid en positieve mogelijkheden. Daarmee verdwijnt gevoeligheid niet als psychologisch verschijnsel. Zij wordt juist nauwkeuriger beschreven. Ook introversie is geen enkelvoudig pakket. Sociale terughoudendheid, behoefte aan afzondering, geringe assertiviteit en minder uitbundige positieve emotionaliteit hoeven niet in dezelfde mate samen te gaan. Brede persoonlijkheidstrekken bestaan uit onderliggende aspecten en facetten. Daarom is onze vraag niet: "Ben jij hoogbegaafd, hoogsensitief of introvert?' Ik vraag: 'Op welke manier? In welk domein? Onder welke omstandigheden? Waarvoor ben jij gevoelig? Wat geeft jou energie en wat put uit? Waar ontmoeten aanleg en belangstelling elkaar? Wat is ontwikkeld en wat is nog mogelijkheid gebleven?' Filosofisch is mijn positie eenvoudig. Psychologische verschillen zijn werkelijk, maar onze begrippen blijven modellen. Zij mogen de mens helpen begrijpen, maar nooit de plaats van de mens innemen. Een goed assessment deelt geen eretitels uit. Het brengt een landschap in kaart. Met hoogten en laagten, vruchtbare grond en stenige plekken, open velden en paden die nog nauwelijks zijn betreden. Talent is daarom niet één uitzonderlijke eigenschap die iemand bezit. Het is een patroon dat zichtbaar wordt waar vermogen, belangstelling, persoonlijkheid, gevoeligheid, ontwikkeling en omgeving elkaar ontmoeten.
0 Comments
Leave a Reply. |
OverzichtAuteurMatthijs Goedegebuure is psycholoog en eigenaar van Talentassessment.nl Archieven
Juli 2026
Categorieën
Alles
|
RSS-feed